Juryrapport gouden Rachel Carsonpenning 2006

In 2006 ontving Wouter van Dieren de Rachel Carsonpenning. We publiceren hier het juryrapport om een beeld te geven van zijn staat van dienst.
In haar eindoordeel benadrukte de Jury het gegeven dat de prijs wordt toegereikt voor een heel oeuvre, dat bij Van Dieren zo’n 40 jaar beslaat. De jury rekent hem tot “de grootsten uit het milieuvak. Zijn staat van dienst is omvangrijk en indrukwekkend”.

Juryrapport gouden Rachel Carsonpenning 2006

De jury is gevraagd de beste kandidaat voor te dragen voor de gouden Rachel Carsonpenning. Het is de hoogste onderscheiding van de Vereniging voor Milieuprofessionals. Ontvangers van deze onderscheiding zijn “…. collega’s die onbetwist en breed worden gerekend tot de grootsten uit het milieuvak: zij die, als de naamgeefster van deze onderscheiding, door hun grensverleggende ideeën of daden betekenis hebben gehad en tot voorbeeld hebben gediend van velen”. Zestien personen waren genomineerd voor de gouden Rachel Carsonpenning en hebben die nominatie ook aanvaard. Naar het oordeel van de jury komt op grond van deze omschrijving de gouden Rachel Carsonpenning 2006 de heer Wouter van Dieren toe.

Bij haar interpretatie van van de VVM criteria heeft de jury zich in de eerste plaats laten leiden door het gegeven dat het hier een oeuvreprijs betreft. Per definitie wordt die toegekend aan iemand waarvan zijn of haar levenswerk als min of meer voltooid mag worden beschouwd. Dat gold niet voor alle kandidaten. Wél voor Van Dieren, die eerder dit jaar afscheid heeft genomen. Afscheid van de frontlijn misschien; van iemand als Van Dieren kan men zich moeilijk voorstellen dat hij ooit geheel en definitief zal terug treden.

De jury rekent Van Dieren tot de grootsten uit het milieuvak. Zijn staat van dienst is omvangrijk en indrukwekkend. Nadat hij in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn opleiding als sociaal psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam en als communicator aan de Columbia University in New York had voltooid, begon Van Dieren zijn loopbaan als wetenschapsjournalist bij televisiestations en tijdschriften. Met zijn bijdragen op milieugebied kwam hij in de frontlijn van het milieudenken te staan.

Terugziend op zijn glansrijke carrière weten we dat Van Dieren mede-grondlegger is geweest van het ontwakende milieubewustzijn. Dat in Nederland, en in de wereld. Voorbeeld van dit laatste is de activiteit waarvan we Wouter van Dieren wellicht het best kennen. Begin jaren zeventig werkte hij als publiciteitscoordinator mee aan de totstandkoming van het invloedrijke rapport van de Club van Rome: “Limits to growth”. Sinds 1990 is Wouter van Dieren actief lid van de Club van Rome. In diezelfde beginperiode van het milieubewustzijn was Wouter van Dieren binnen Nederland actief als initiatiefnemer voor oprichting van een Stichting voor de Raad voor de Milieudefensie, naar het voorbeeld van het Environmental Defense Fund, waarmee hij in de Verenigde Staten had kennisgemaakt. Uit deze Raad, die vooral bestond uit geleerden en hoge ambtenaren, is kort daarna de Vereniging voor Milieudefensie ontstaan. In dezelfde geest richtte Van Dieren in 1972 de Stichting voor Toegepaste Ecologie op, die in 1985 werd omgezet in het Amsterdamse Instituut voor Milieusysyeemanalyse, IMSA (nu IMSA Amsterdam), waarvoor hij sindsdien actief is geweest als directeur. Ook was hij in 1979 mede-oprichter van het Centrum voor Energiebesparing en schone technologie, CE, in Delft. Niet meer dan een kleine greep uit het werk van Van Dieren, dat vele nationale en internationale adviseurschappen en docentschappen heeft omvat en nog omvat. Geïnteresseerden verwijst de jury graag naar het CV van Van Dieren, dat, zoals bijna al zijn werk, gemakkelijk beschikbaar is via het internet.

Belangrijker dan een grote staat van dienst vond de jury echter de impact van het werk van de kandidaten: “…. zij die, als de naamgeefster van deze onderscheiding, door hun grensverleggende ideeën of daden betekenis hebben gehad ……”. De ideeën heeft Van Dieren hebben grenzen doen verschuiven; zijn werk is van grote betekenis gebleken.

Wouter van Dieren is een leven lang animator geweest. Een onafhankelijke denker en doener in het nationale en internationale milieuland die met zijn creatieve denkbeelden vastgeroeste standpunten loswrikte en zo grenzen verlegde. Een leven lang wist hij de onderwerpen landbouw, energie en natuurbeheer maatschappelijk en politiek te agenderen. Een van zijn belangrijkste werken is de publicatie van zijn rapport aan de Club van Rome in 1995: “Het milieu telt ook mee”, dat ook in het Engels en Duits is uitgegeven. Zijn fundamentele kritiek op het concept van economische groei als maat der dingen in het maatschappelijk handelen heeft veel bijval gevonden. Daarnaast bevocht hij de vrijhandel, die hij beschouwde als gevaarlijk: individuele hebzucht en egoïsme zijn in zijn ogen de oorzaak dat mensen elkaar naar het leven staan. Hij is een gepassioneerd bepleiter van duurzame landbouw. Met zijn kritiek op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bleef hij dicht bij het gedachtegoed van Rachel Carson. Zijn gloedvolle betogen onderbouwde hij met feiten en logica. Zijn werk dwong respect af bij politiek en bedrijfsleven. Een leven lang heeft Wouter van Dieren het milieudebat tot nadenken aangezet met zijn inspirerende toespraken, artikelen en columns, die een zeer groot publiek bereikten.

Maar de impact van het werk van Van Dieren kwam niet zozeer voort uit zijn analyses van milieuproblemen. Van veel groter belang was dat hij zijn rollen als journalist, actievoerder, adviseur, facilitator, onderzoeker, stoker/animator, politicus, goed wist af te wisselen en te combineren. Hierdoor en door zijn betrokkenheid bij zoveel uiteenlopende milieuthema’s is de maatschappelijke invloed van Wouter van Dieren groot. Hij hielp milieuvraagstukken te onderkennen en op te lossen vanuit een breed perspectief en met een integrale benadering. Door zijn contacten met en vooral door zijn gezaghebbende invloed op een verscheidenheid van actoren in milieuland wist hij belangrijke stakeholders aan één tafel te krijgen en beweging te krijgen in vastgelopen standpunten. Voor problemen zijn oplossingen gevonden die zonder hem wellicht niet of pas veel later zouden zijn gevonden.

Minstens even zwaar heeft voor de jury het criterium gewogen dat de ontvangers van de onderscheiding “…. tot voorbeeld hebben gediend van velen”. De jury is van mening dat de grootheid van Wouter van Dieren vooral hierin bestaat dat hij, in de voetsporen van Rachel Carson, door zijn persoon en werk een voorbeeld en bron van inspiratie voor velen is geweest. Voor velen was en is hij de vader van de milieubeweging in Nederland – een titel die hij graag lijkt te aanvaarden. Voor anderen zijn zijn kritisch-uitdagende opstelling en zijn ondogmatische, onafhankelijke en onmiskenbaar eigenzinnige opstelling in het milieudebat reden voor aanstoot. In haar voordracht heeft de jury Wouter van Dieren zonder schroom “een der grootsten uit het milieuvak” genoemd. De toevoeging “onbetwist” heeft zij echter met een glimlach genegeerd. Het zou het de persoon van Van Dieren onrecht doen te stellen dat hij onomstreden zou zijn. Kan men zich niet makkelijk indenken hoezeer Van Dieren zelf zou kunnen betogen dat goede ideeën worden gekenmerkt door de weerstand die ze oproepen?

Met groot respect heeft de jury Wouter van Dieren heeft voorgedragen als ontvanger van de gouden Rachel Carsonpenning 2006, als eerbetoon aan een collega die 35 jaar lang leider, inspirator en voorbeeld is geweest.

Waddengas en Waddengeld

Ten noorden van Terschelling ligt een gasveld ter grootte van ongeveer 3 miljard m3. (Ter vergelijking: die van het Slochterenveld is 3000 miljard m3.)

Het bedrijf Tulip Oil wil het veld bij Terschelling ontwikkelen.
Het management van Tulip Oil is grotendeels ex-NAM en ex-Shell en kent de constructie rond het Waddenfonds. Dat is destijds (2004) ontstaan als een “bruidsschat” van de overheid aan het Waddengebied voor gaswinning bij Lauwersoog, Paesens en Moddergat, hoewel gebleken was dat die geen schade aan de natuur toebrengt.
Omdat het Waddengebied zwaar verwaarloosd was door “beleidsverlamming” werd het fonds gesticht, in de vorm van een reservering op de meerjaren begroting van het Ministerie van VROM (nu I&M).

Ik was initiatiefnemer tot deze constructie. Waddenkenner en eilandbewoner. Mijn motivatie kwam voort uit de publicaties van Theunis Piersma, bioloog en hoogleraar in Groningen en verbonden aan IMARES op Texel. Piersma had jarenlang vergeefs de ruïneuze effecten op de Waddenbodem (en daarmee op de vogelstand) van de mossel- en kokkelvisserij aan de orde gesteld. Mijn motivatie kwam ook vanwege een rapport van Greenpeace waarin schade door gaswinning in de Waddenzee werd berekend op een waardeverlies van 50 miljard gulden (1999) op basis van een volstrekt uit de lucht gegrepen analyse. In de Tweede Kamer werd dit rapport voor wáár aangenomen. Ondertussen werd de Integrale Bodemdalingsstudie van o.a. TNO en TU Delft over de gevolgen van gaswinning genegeerd. Die studie wees uit dat deze bodemdaling in de zgn. productiekommen van de locaties Paesens en Lauwersoog nihil zou zijn, in de orde van enkele centimeters over vele jaren, en gecompenseerd zou worden door de natuurlijke dynamiek van eb en vloed en dus aanvoer van sediment.

Zo ontstond de merkwaardige toestand dat de politiek de schadelijke kokkel- en mosselvisserij een vergunning gaf en een moratorium instelde op de gaswinning.

Omdat de overheden niet durfden te bewegen verzamelde ik een team van Waddenmilieukundigen, verkreeg een mandaat en fondsen van de NAM en later ook van het ministerie van Economische Zaken. Ik nodigde de hoofdrolspelers uit om mee te werken aan een ommekeer van deze situatie. Bewindslieden, ambtenaren, NAM, natuurorganisaties. Samen met IMARES, RU Groningen, TU Delft e.a. werd een uniek ecologisch-economisch rekenmodel gemaakt. Meer dan 350 betrokkenen uit wetenschap, overheid, NGO’s en bedrijfsleven werd om input gevraagd.

Het hele pakket werd overgedragen aan een door het Kabinet ingestelde Commissie o.l.v. Wim Meijer (PvdA) met leden Loek Hermans (VVD) en Tineke Lodders (CDA). De Commissie concludeerde tot de kanteling van het beleid. De kokkelvisserij werd uitgekocht en aan de mosselvisserij werden duurzame eisen gesteld, die inmiddels deels zijn ingevuld. Aanvankelijk leidden het initiatief en deze kanteling tot groot verzet van de NGO’s, maar die situatie draaide tenslotte 180 graden. Op een onlangs door de Waddenacademie gehouden symposium werd ik de peetvader van de Waddenzee genoemd, de regisseur van deze veranderingen. (Ook de Waddenacademie is een aanbeveling van de Commissie-Meijer). In juli 2004 nam het Kabinet het advies van Wim Meijer c.s. over; in november 2004 werd het bekrachtigd door de Tweede Kamer.

Overheid en energiesector hebben van deze procesgang inmiddels veel geleerd. Bijgevolg wordt nu nagedacht over aanpassingen in de Mijnbouwwet, waarbij de constructie van het Waddenfonds en voorbeelden uit het buitenland, zoals de Gewerbesteuer in Duitsland, als leidraad dienen. Het gaat over compensatie. In Italië ontvangt een klein dorp 80 miljoen euro nu daar een groot gasveld wordt ontwikkeld.
In verwachting van deze herziene Mijnbouwwet zijn bedrijven als Tulip Oil aan het voorsorteren op een eventuele compensatie voor gaswinning bij Terschelling. Aan mij werd gevraagd of ik de ervaringen met het Waddenfonds wilde inzetten. In overleg met eilander organisaties en een ingestelde klankbordgroep van prominenten is o.a. gekeken naar de mogelijkheden van compensatie en aanvullende maatregelen voor het geval het zou komen tot gaswinning. Het eiland kampt met grote achterstanden in de infrastructuur, natuur, cultuur en zorg; de klankbordgroep kwam tot een tekort van 30-50 miljoen euro. Aan 14 lokale en regionale organisaties werd gevraagd of men zou willen meewerken aan een eventueel convenant waarin afspraken zouden worden vastgelegd over deze compensatie en aanvullende maatregelen.

Daarbij gaat het om extra eisen boven die welke in de vergunning zouden worden geregeld, en extra verplichtingen van de concessiehouder jegens het eiland. Zoals in het voorbeeld van het convenant Visie en Vertrouwen voor de Tweede Maasvlakte.

Vanaf december 2013 zijn gesprekken gevoerd. Gemeente en gemeenteraad zijn conform de voorschriften in de wet geïnformeerd.

Niemand hield rekening met de effecten van het escalerende aardbevingendossier in Groningen, waarmee op elke bestaande of mogelijke gaslocatie de bevolking de stuipen op het lijf worden gejaagd. De sociale media doen de rest. Feiten en onjuistheden, angsten en emoties, alle ingrediënten zijn aanwezig.

Kranten en omroepen doen hun duit in het zakje. Zo schrijft de Volkskrant dat er een boortoren op het duin zal komen “hoger dan de Brandaris” (54 meter). Afhankelijk van de geologie ter plaatse is een moderne boortoren 20-25 meter, zoals die onlangs stond in Werelderfgoed De Beemster. Op zee zijn die torens hoger. Trouw beweert dat het Waddenfonds wordt gevuld door bedrijven die milieuschade aan het Wad toebrengen. En houdt dat ook vol na correctie.
De Milieu-EffectRapportering komt na verlening van de winningsvergunning, omdat de wet dat eist, en pas als die is afgerond komen conclusies over wel-of-niet, op land of op zee. Met name in de MER-fase kan men formele bezwaarprocedures beginnen, waarin de eilanders zeer bedreven zijn. De minister moet beslissen op formele gronden (wel of niet voldaan aan de eisen van de wet) en op politieke zoals emoties, behoorlijk bestuur, ontheffing in het kader van Natura 2000, en eventuele precedentwerking. Gaswinning is regel in het gebied. Benoorden de eilanden staan 22 platforms, waarvan sommige direct onder de kust. Op Ameland wordt sinds 1984 gas geproduceerd. Het NAM-station staat verstopt in het duin op de oostpunt. Het grote gasveld ligt hier wel onder het eiland en heeft bodemdaling veroorzaakt over een oppervlak van 25 hectare, waardoor de duinvalleien natter zijn geworden, een verwachte positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Dat is geen universeel geldend effect, elders kan dit anders uitpakken. Er staan vergelijkbare gasbehandelingsstations in Den Helder, Harlingen, Anjum en aan de Groningse Waddenkust. Naast de vaargeul tussen Vlie en Afsluitdijk staat een productieplatform in de gedaante van een scheepsbrug.

Emotioneel horen deze industriële artefacten niet in het gebied thuis. De belevingswaarde van ongereptheid is ermee in strijd.
Zo levert de skyline van de Eemshaven voor bewoners en bezoekers van Schiermonnikoog geen prettig uitzicht. Maar het platform Westgat in de Noordzee bij Ameland lijkt niemand te storen, en de boortoren die in 1992 drie maanden op een paar honderd meter van de strandlijn op Terschelling stond werd een zondagsuitje. Een grote kerstboom in de donkere winteravond.

Daarbij komt dat het aardgas zelf inmiddels een omstreden bron geworden is. De overheden en gasbedrijven hebben 50 jaar lang de gaskraan en de gasinkomsten als een vanzelfsprekende zegen behandeld. De bodemdaling in Groningen werd als een gegeven beschouwd, waarvoor een reparatiefonds werd ingesteld, en vroege waarschuwingen (1993) over aardbevingen werden niet ter harte genomen. Dat het verdachte fracking al jarenlang in de hele wereld veilig wordt toegepast is het publiek onbekend en wordt niet uitgelegd. Dat aardgas 50% minder CO2 bevat dan aardolie dringt wel door, maar dat je juist dit gas flexibel kunt gebruiken om via efficiency op het eindgebruik en in combinatie met zon en wind grote CO2-winst te behalen valt vrijwel niet uit te leggen. En dat gebeurt dan ook niet.

En zo vrezen de eilanders de boortorens die er in 1962 en 1992 al stonden, en die misschien alleen op zee zullen staan, aardbevingen en bodemdaling ook op het land. Ondertussen valt de Waddenvereniging terug op de oude demonen door gaswinning in de Noordzee nu tot een Waddenprobleem te framen. ‘Helaas is er een Waddenfonds, wij hadden liever sowieso geen gasinstallaties’, aldus de Vereniging. Maar men put er wel gretig uit, voor bijvoorbeeld de visrivier in de Afsluitdijk.

Ook het eiland Terschelling profiteert inmiddels wel degelijk van het Waddenfonds, dat ca. 12 miljoen investeert in lokale natuur- en cultuurprojecten. Men droomt van een door het fonds te betalen eigen duurzame energievoorziening, waartoe tien jaar geleden plannen werden gemaakt om de geothermie ter plaatse uit de diepe bodem te halen. Waarvoor, o ironie, een boortoren vereist zou zijn geweest. Windmolens wil men niet, en bewoners die een zonneweide (panelen) bij hun huis willen zetten krijgen geen vergunning.

Ik heb mij nooit een voorstander van gaswinning op de Wadden betoond. Ook heb ik mij op vele plaatsen gekeerd tegen de horizonvervuiling van de overdaad aan windturbines, die door een deel van de milieubeweging worden bepleit omdat ze zo groen zouden zijn. Maar als beleid, politiek en wetgeving deze ontwikkelingen doorzetten, zorg dan dat je ook een grote bruidsschat afdwingt.

Grote milieuverbeteringen komen tot stand door feitelijkheid en waarheidsvinding, door wetten en verdragen, door technische vooruitgang en door onderhandelingen. Daarbij horen protesten en bezwaarschriften, om de druk op de ketel te houden.

Op vrijdag 13 februari werd ik telefonisch bedreigd met brandstichting. In 1971 werd ik ’s nachts van de weg gereden op de dijkweg van Kruiningen naar Yerseke, vanwege mijn activiteiten voor het openhouden van de Oosterschelde. De dijkenindustrie zag zijn grote werken bedreigd, maar verdiende uiteindelijk met de open dam 8 miljard gulden in plaats van 80 miljoen voor de afsluiting. Win-win dus voor iedereen. Zoals met het Waddenfonds. Bedreigingen zijn angstaanjagend. Maar onjuistheden zijn waarschijnlijk nog erger.

Wouter van Dieren