Het eiland en de wereld, het verhaal van vijftig jaar milieuactivisme

Als in september weer 400 Springtij-gangers de haven van Terschelling naderen, zien zij op de kade een man hen opwachten. Hij heeft de handen in de zakken van zijn lange, bruine jas. Scherpe twinkelogen gaan schuil in de schaduw onder de brede hoedrand. Er komen wat witte lokken onder vandaan, die zich samen met zijn rode sjaal overgeven aan de Waddenwind. Aan zijn voeten stevige laarzen. Tegen zijn been leunt tevreden een kwispelende blonde hond. De man lijkt diep in gedachten over het Wad te turen terwijl hij de hond over de bol aait, maar zijn hoofd draait op volle toeren. Dit is mister Club van Rome, de man achter de bekendheid van Limits to growth (Grenzen aan de groei), de founding father van de Nederlandse milieubeweging, de architect van het Waddenfonds en de Waddenacademie, de wetlands in het IJsselmeer (nu gerealiseerd als Marker wadden), spil in het convenant Tweede Maasvlakte, duurzaam ondernemer, spreker, musicus, kunstschilder en schrijver. Maar voor alles misschien wel Terschellinger. Wouter van Dieren. Hier is hij thuis. Hier leerde zijn oom Wout, bioloog, hem van de vissen en de vogels en de samenhang der natuurlijke processen. Hier klopt al een leven lang zijn groene hart.

Hier nodigde hij politici, ondernemers, wetenschappers en milieuactivisten uit om samen, in de snijdende ijswind op de Boschplaat, de morfologische dynamiek van Noordzee en Waddenzee te ervaren. Hier vindt hij de inspiratie en de rust en komen de ideeën die op het vaste land voor beweging zorgen en dikwijls school maken. Het beste bewijs daarvan vormen de honderden bezoekers van het Springtij Forum, professionals met een duurzame inborst, van alle leeftijden, vrienden uit binnen- en buitenland, die sinds 2010 jaarlijks graag bij hem op zijn eiland te gast zijn om, in de geest van Wouter, inspiratie te vinden in de natuur en elkaar. Om zich te laven aan de nieuwste inzichten ten aanzien van verduurzaming, waaruit weer vernieuwing ontstaat.

Het proefschrift van zijn oom dr. J.W. van Dieren, vertrouweling van Jac . P. Thijsse, over de ecologie van Terschelling is vormend geweest voor Wouters visie op de verhouding tussen natuur en economie. Deze komt tot uitdrukking in zijn jarenlange streven naar een “rijk en duurzaam Waddengebied voor mens en natuur.” Het is een holistisch, geïntegreerd wereldbeeld. Wouter staat tussen, aan de ene kant, de ecomodernisten, die weliswaar de afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen erkennen, maar – het woord ‘hulpbronnen’ zegt het al – niet loskomen van de mens als optimaal gebruiker van de natuur waarover hij meester is, en aan de andere kant de fundamenteel ecologisten, voor wie het welbevinden van de mens ondergeschikt is aan de rijkdom van de natuur zelf. Door een humanistische systeembril ziet Wouter de wisselwerking tussen mens en natuur, een dynamische symbiose van geven en nemen, als een dans die pas kan vervoeren als beide partners in vorm zijn; de eigenwaarde van elk bestaat bij de gratie van de ander. Boektitels Natuur is duur (1977), Help wij zijn ontwikkeld (1977), De natuur telt ook mee (1995, het Club van Rome-rapport over het duurzaam nationaal inkomen) en New green deal (2009) geven er blijk van.

Van oom Wout tot Springtij, van de Waddenbodem tot het mondiale klimaat, het beeld van de wereld als een complex van dynamische systemen loopt als een rode draad door zijn werk. Je kunt je voorstellen hoe het resoneerde toen hij in 1970 als jonge tv-maker in Amerika het Limits to growth-team ontmoette, dat net een studie voor de Club van Rome aan het afronden was, en dit denken voor het eerst expliciet geformaliseerd zag in het World3-computermodel. Economie, natuurlijke bronnen en maatschappij geïntegreerd tot één ingenieus, gesloten, samenhangend systeem. Het kon worden ‘doorgerekend’ met computers, een noviteit. Daaruit bleek dat het systeem, indien overgeleverd aan zichzelf, leidt tot uitputting van de draagkracht en ineenstorting van bevolking en productie. “Jullie hebben dynamiet in handen!,” vertelde Wouter de jonge onderzoekers. Hij kreeg een kopie van het conceptrapport mee. Terug in Nederland gebruikte hij zijn strategische en communicatieve talenten om, in een één-tweetje met Willem Oltmans, de geruchtenmolen zijn werk te laten doen. Met succes. Alle kranten schreven erover; Limits to growth katapulteerde milieu en duurzaamheid, pats boem, de politieke arena in. Het rapport werd vertaald in meer dan vijftig talen en ging miljoenen keren over de toonbank. Sindsdien gaf hij er duizenden lezingen en interviews over. Een levenswerk.

Updates van Limits to growth zijn verschenen in 1992 en 2004. Ondanks nieuwe data en een enorme toename in computerkracht bleef de kernconclusie onveranderd. Het feit dat vandaag de dag Limits to growth nog veelvuldig aangehaald wordt, in zowel lovende als kritische zin, geeft aan dat de donkere wolken die het standaardscenario schildert meer dan veertig jaar na dato nog niet zijn geweken. Integendeel, de waarnemingen van de kernparameters – bevolking, grondstoffen, voedsel- en industriële productie en vervuiling – blijken verbazingwekkend nauwkeurig de curves uit het originele rapport te volgen.

Wouter werd mister Club van Rome in Nederland en Europa en een carrière als milieuvoorman was gelanceerd. Hij maakte de eerste tv-programma’s over het milieu en stond aan de basis van acties tegen de afsluiting van de Oosterschelde, plannen om (delen) van de Waddenzee in te polderen en om de Markerwaard droog te leggen. Hij was mede-oprichter van Milieudefensie (1970), de Bezinningsgroep Energie (1974), en het Centrum voor Energiebesparing (CE) in Delft (1979). Om de systeemdynamica van het World3-model en zijn ideeën over het maatschappelijk discours als veranderproces in te kunnen zetten werd de Stichting Toegepaste Ecologie (STE) opgericht, die in 1985 overging in het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse (IMSA).

 Wouter werd duurzaam ondernemer. Ook dat was nieuw. Hij zocht de kritische samenwerking met bedrijven als Unilever, Akzo, Shell, Procter & Gamble en Philips. Er volgden tientallen jaren van advieswerk voor grote bedrijven in binnen- en buitenland, van landbouw tot energie. In honderden projecten ontwikkelden Wouter en zijn team van ca. 25 onderzoekers en adviseurs tal van innovatieve, groene concepten en modellen voor beter milieumanagement. Hij heulde met de vijand, vonden zijn groene vrienden. Maar hij bleek zijn tijd vooruit; zelfs doorgaans militante milieugroeperingen gaan tegenwoordig de samenwerking met hun ‘vijanden’ aan, getuige bijvoorbeeld het convenant Tweede Maasvlakte tussen Havenbedrijf Rotterdam en Milieudefensie (2009) en het SER-Energieakkoord (2013).

De milieuman die de board rooms frequenteerde bleef terugkomen naar zijn geliefde Waddenzee. Daar verrichte hij zijn meesterwerk: de ommekeer van het Waddenzeebeleid in de jaren 2000-2008. De jonge scholletjes die hij als kind op het strand pleegde te vangen waren verdwenen, het Wad verkeerde in een ecologische crisis en de milieubeweging was ineffectief. Toen de NAM zijn oog op het aardgas onder de Waddenzee liet vallen zag Wouter een kans. Al zijn communicatieve en strategische ervaring en kennis sprak hij aan om een serie maatschappelijke en wetenschappelijke innovaties te ontwerpen. Met de beste Waddenwetenschappers ontwikkelde hij het unieke Cascademodel. Dat bracht voor het eerst één coherent perspectief op de Waddenzee als systeem van onderling afhankelijke natuurlijke en economische processen in beeld en maakte de politieke weg vrij voor het Waddenfonds van € 800 miljoen en de Waddenacademie als kenniscentrum ten behoeve van een betere besluitvorming.

In 2006 bereikte hij de pensioengerechtigde leeftijd. Het nieuwe Waddenbeleid stond in de steigers en werd gezien als de kroon op een leven lang milieu-pionierswerk. Staatssecretaris Pieter van Geel reikte hem de onderscheiding Officier in de orde van Oranje Nassau uit en hij ontving de Rachel Carson-prijs van de Vereniging Voor Milieuprofessionals voor veertig jaar in de groene frontlinie. Die linie was sinds het verschijnen van Rachel Carsons Silent Spring (Dode lente) in 1968, het jaar dat het begin van Wouters groene strijd markeert, enorm opgeschoven. Zoals hij zegt: “Toen ik begon was er niets. Geen beleid, geen wetgeving, geen techniek, geen vakgroep, geen databases. Het land en het water stonken. Verspilling was regel. Afval werd gedumpt. Je kan het je nu niet meer voorstellen. Er stond daar die hoge berg die moest worden beklommen. En dat deden we.” In 2012 ontvangt hij de WWF Award for Conservation Merit, een eer die niet velen te beurt valt. En nadat hij in 1991 ook Full Member wordt van de Club van Rome lijft ook de World Academy of Art en Science hem in.

In inmiddels bijna vijftig jaren milieuwerk publiceerde Wouter honderden artikelen en tientallen boeken. Wie onzin verkoopt in de krant – en dat komt nogal eens voor – kan op een scherpe ingezonden brief rekenen. In zijn vileine pen herken je Godfried Bomans, Wouters eerste mentor, wiens tv-programma’s hij produceerde als jonge maker bij de NCRV.

“Omstreden” of “controversieel” is een veelgebruikte typering voor de man die ook verliezen heeft moeten incasseren en telkens weer tegenstand moest overwinnen. Wouter spreekt dat niet tegen. Het is hem niet te doen om de controverse zelf, maar die is nu eenmaal een conditio sine qua non, en daarmee een indicator van vernieuwing. “Alleen als je tegen de stroom in zwemt kom je bij de bron,” vertelde hij een journalist. Dat je je dan soms vergaloppeert is onvermijdelijk. Na vele publicaties en enkele documentaires over woestijnvorming besluit hij in 1996 zelf de ontwikkeling van zilte landbouw ter hand te nemen. Het concept is dan nog nieuw: in plaats van het oprukkende zout met het schaarse zoetwater buiten te houden schakelen we over op zouttolerante gewassen. Vanuit een organisatie in Arizona worden proefvelden in Noord Mexico opgezet. Na jaren van experimenteren met fondsen van o.a. de Europese Commissie, Postcodeloterij, WWF en Shell, is een wereldwijde wetenschappelijke saline infrastructuur gegroeid. Een groot inhoudelijk succes! Niettemin wordt de financiële erven last uiteindelijk te zwaar; in 2015 bezwijkt IMSA, en daarmee verdampt ook zijn pensioenvoorziening.

Van pensioen wil hij overigens nog immer niet weten. Hoe kan hij ook? Het werk is niet af – de scholletjes zijn nog niet terug -, de vraag blijft, en onverminderd vloeien de ideeën. Wouter staat midden in het discours over de schone revolutie in de energievoorziening en de rol van Nederlands gas daarin, maakt zich sterk om afgeschreven boorplatforms te benutten voor een ecologische impuls voor de Noordzee, en is onmisbaar om de onophoudelijke ontwikkelingen rond het Wad naar duurzame wateren te leiden. Hij is directeur en gastheer van het Springtij Forum. Dat is na zes edities een waar instituut geworden, voor vele deelnemers het jaarlijkse ijkpunt. Een totaalevenement dat in Europa geen equivalent kent. Daar ontstaat elk jaar weer een dynamiek van kennis en ervaringen, stromen en terugkoppelingen tussen generaties, tussen disciplines, tussen analyse en ideeën. Aan zijn indrukwekkende erelijst werd onlangs een wel heel bijzondere uitverkiezing toegevoegd. In 2016 bestaat Vrij Nederland 75 jaar, ter gelegenheid waarvan het blad een lijst publiceert van 75 mensen die in die 75 jaar Het Verschil hebben gemaakt. Wouter blijkt één van hen, temidden van grootheden als Mies Bouwman, Annie M.G. Schmidt, Jan Tinbergen, Hendrik Casimir, Sicco Mansholt en Hans van Mierlo – schrijvers, kunstenaars, politici, wetenschappers.

In 2018 bestaat de Club van Rome 50 jaar, is Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa en vieren we, deo volente, het vijftigjarig jubileum van Wouters inzet voor natuur en milieu. Het is het aangewezen jaar voor een nieuw rapport aan de Club van Rome, een blauwdruk voor het evenwichtsscenario uit Limits to growth, geschreven door tientallen topauteurs uit zijn mondiale netwerk, onder zijn regie. Doelen, vastgesteld in de Sustainable Development Goals en het klimaatverdrag van Parijs, vernieuwen de urgentie en schreeuwen om dat plan. Laat het worden gelanceerd op het Springtij Forum van 2018, dat in samenwerking met Leeuwarden Culturele Hoofdstad uitvergroot wordt tot een wereldforum ‘Groen Davos’. En mogen op dezelfde golf de veelgevraagde memoires van Wouter het licht zien, een groene getuigenis van een halve eeuw natuur- & milieu pionieren.

 

Amsterdam, januari 2016
Tekst: Mark Olsthoorn

 

How the Club of Rome became a world agenda

This is the story about the creation of the Club of Rome myth in the years 1971 and on. It has never been told before in this format.

As a science journalist for Dutch television I travelled to the USA in the fall of 1970, meeting the key players in the then unfolding new green community. The World Resources Institute, Earth Watch, Environmental Defense Fund, Sierra Club, EPA and many others.

In Boston I ran into a group of brilliant young scientists, Dennis and Donella Meadows, Bill Behrens and Jørgen Randers, in a meeting on their research into the limiting factors of the earth system. I had never seen a computer, and had no knowledge of the methodology, systems dynamics, nor of the computer languages Dynamo and Fortran.

However, I instantly saw the scope of the study, the meaning, the drama, the power. And I grasped the idea of feedback loops and systems thinking. Several days later, I concluded to the scientists that they had ‘dynamite’ in their hands, which they could not believe. Their plan was to complete the study the next year, and to publish it as a report to the Club of Rome. Of the latter no-one had ever heard, including myself.

They handed me a draft, which I took back to the Netherlands. There, we produced a hundred copies, with the imprints confidential and not for distribution.

A long journey along major institutions began, to begin with the R+D directors of Unilever, Akzo and Philips. At the Philips Physics Lab, the famous Hendrik Casimir was in charge, friend of Heisenberg, and Chair of the European Physical Society. He took immediate action, a call to his staff to review it. At Unilever, Wiero Beek held the R+D position, and at Akzo Hans Kramers. All were professors, eminent scientists and prominent opinion leaders. At the Free University of Amsterdam, Jan Willem Copius Peereboom was the Chair of IVM, the Institute for Environment Research, and at Utrecht University, Jan Klabbers turned out to be one of the few who could handle the mathematical model at stake, called World3. There were just a few computers in the Netherlands to run the calculations, at Philips, Delft University and Utrecht. Large, black boxes.

The draft report got distributed by means of visits and meetings, creating a buzz in the inner circles of science, later of key stakeholders in politics and media.

In the meantime, the well-known Dutch society journalist Willem Oltmans met with the founder of the Club of Rome, Aurelio Peccei, and fellow founders Carroll Wilson (American Academy of Sciences), Jermen Gvishiani (Soviet Academy of Sciences), Edouard Pestel (Volkswagen Foundation), Alexander King (OECD) and Hugo Thieme (Nestlé). Intrigued by the unusual combination, Oltmans ignited a gossip campaign, which soon merged with the spreading of the story at large.

My contacts in the world of science, industry, media, politics and NGOs were focusing on the variables and scenarios in the model. The Oltmans buzz kicked off the story about the “conspiracy”. A close look at the various components of the societal environment in which Limits was embedded, made it clear that something very unusual was happening.

Look at this:

Why Rome? Possibly, the Church was involved?

Why both the American and the Soviet academies? Did the CIA and the KGB have a stake in the conspiracy?

Why multinationals Volkswagen, Fiat and Nestlé?

And what is a computer? An unknown black box, at the time. Could it indeed predict the future? And soon it also became clear that World3 had forerunners in the anti-missile programming of the Pentagon. A booming surprise was in the making.

Aurelio responded negatively to our propositions about launching the story in full. Although he and Alexander King had deep worries about the predicament of mankind, and their choices were revolutionary, they also wanted to keep the course of a proper scientific publication, due for 1972. Their Dutch co-founder, Frits Böttcher, professor in Chemistry at Leiden University, opposed any efforts of the Dutch Limits protagonists like myself, whom he considered too much anti-establishment and too political. Böttcher, prominent Board member of Shell, Elsevier and other institutions, fiercely opposed any connection of his Club of Rome with the counterculture, as well described by Theodore Roszak a few years later.

Yet, the drama began to create the planned noise, and we decided to set the trip to fame into motion. Some (science) journalists got informed, a television programme planned, a soon (October) conference with Dennis Meadows scheduled, and September 1971 the prominent media NRC-Handelsblad and Haagse Post alarmed their readers with “Apocalypse on credit”, headlines.

Oltmans interviewed Aurelio Peccei on the whereabouts of the Club of Rome, and my team filmed Jay Forrester at MIT. Both television programmes were aired October 1971, and almost simultaneously went on screen in Germany, Japan and Scandinavia.

Fierce opposition came from futurists such as Fred Polak and Herman Kahn (Hudson Institute), and, above all, prominent economists.

In Dutch parliament, a famous speech was delivered by Hans van Mierlo, prominent leader of the liberal democrats, quoting Peccei and Forrester about ‘growth which will and shall stop, either by mastering the challenge, or by conflict, war, hunger and misery’.

Ever since, I have given innumerable speeches on Limits, relating it to the issues of climate change, energy, water, food and so on. Dennis Meadows became world famous, a science prophet of an unusual stature. In 2009, we have, as IMSA, published a review, together with the Dutch EPA (Planning Bureau for the Living Environment).

Numerous articles have appeared, in my estimate some 800,000. Although the information is misty, it is believed that some 13 million copies of the report were sold, but Ugo Bardi takes the guess at one million. In some 53 languages, but even that is uncertain, as control over copy rights and sales got lost. Meadows handed over his rights to Aurelio, but the Club of Rome lacked the management skills to control the global outbursts in media and politics. Updates of Limits appeared in 1992[1] and 2004[2]. They basically confirmed the original scenarios, which turn out to have been astonishingly accurate[3] [4].

The catalyst as orchestrated in The Netherlands is unparalleled in the history of science publications. Till today, the Club of Rome is puzzled by this extraordinary success, still the key-identity of the Club and the dream to be repeated. The paradox is that society is not attuned to a proposition which refers to a news story of decades ago. Society demands NEWS, as if it is not news that LIMITS proves to be highly accurate when todays data are compared with the 1970 input. “We are on track”, so Graham Turner in his recent review of LIMITS[5]. News hypes though want OTHER stories, and the fact that the 1971 alarm is the bell which rings today does not fit fast moving media consumers’ hunger for other, even more exciting stories. Ok yes, there will be overshoot and collapse in 2030-2050, but do you have something better than that?

Casimir, Beek and Kramer donated a then high sum of Dfl. 250.000 (€ 120.000) to our initiative to create a systems-dynamics group in the Netherlands. Colleagues Eric-Jan Tuininga, Roel Beijdorff and Maarten Koeman joined the systems dynamics courses in the USA and Denmark, and Tuininga took on the job to translate LIMITS into Dutch, with a motivated team of young scientists. Spring 1972, the Dutch translation came to market, soon peaking into sales of 250.000 copies. Countless debates, articles and conferences followed, the echo of which can still be heard today.

When alarmed now, the audience remembers, even if they were not even born then. I myself became Mr. Club of Rome in The Netherlands, often dismissed, yet rewarded, and always controversial.

The story is uneasy, and the establishment has its mechanisms to shoot the messenger. Every 8 years, they ride out for this shoot, especially the left, who could never really combine their promise of smoking chimneys and affluence for the working class, with the reality of nearing limitations.

Without a doubt that Limits became the most powerful scientific paper of the last 50 years. Ever since, uncountable references can be found, numerous actions have been undertaken, technologies have developed, faculties have started, regulation has come off the ground. Resource policies can be traced back to Limits, and so can climate and energy innovations. In his last year as president (1972) of the European Commission, Sicco Mansholt declared to his colleagues that the Club of Rome message had to become the fundament of the European Union. In many countries, the Club of Rome is still a myth and a hero, a messenger like Cassandra, honoured and despised. In 1990, at the first Perestroika conference in Moscow, hosted by Michael Gorbachev, the Club of Rome announced its comeback, under a new president, Ricardo Diez Hochleitner. In 1991, I myself was nominated member, having been too young before. In 1995 I published the Club of Rome report on the corrected GDP, and in 2009 we hosted the Club’s Global Summit in Amsterdam, in the presence of Her Majesty Queen Beatrix (who is honorary member), President Gorbachev, ex-Prime Minister Ruud Lubbers and 800 prominent guests from all over the world. The Club now has 150 members and 22 Country Chapters, organizing scores of meetings every year. Regularly, new reports are published, most of them related to Limits subjects, such as 2052 by Jørgen Randers (2012) and The Limits to Growth Revisited by Ugo Bardi (2013). The members belong to the elite of science, diplomacy, politics, industry and NGOs worldwide. And Royalty.

No question that decades of necessary action got lost because of the framing by vested interests to shuffle the work into the outskirts of scientific debate. PhD studies of the early days about the intentions, research, launching and effects are manifold. Though often requested, I have never written it down. Until now.

Wouter van Dieren

[1] Meadows, D.H., Meadows, D.L., Randers, J. (1992). Beyond the Limits: Confronting Global Collapse, Envisioning a Sustainable Future. Post Mills, VT: Chelsea Green Publishing. 

[2] Meadows, D.H., Meadows, D.L., Randers, J. (2004). Limits to Growth: the 30-year update. Whiter River Junction, VT: Chelsea Green Publishing.

[3] Turner, G.M. (2008). A comparison of The Limits to Growth with 30 years of reality. Global Environmental Change, 18(3), 397–411.

[4] Turner, G.M. (2014). ‘Is Global Collapse Imminent?’, MSSI Research Paper No. 4, Melbourne Sustainable Society Institute, The University of Melbourne.

[5] Ibidem

Juryrapport gouden Rachel Carsonpenning 2006

In 2006 ontving Wouter van Dieren de Rachel Carsonpenning. We publiceren hier het juryrapport om een beeld te geven van zijn staat van dienst.
In haar eindoordeel benadrukte de Jury het gegeven dat de prijs wordt toegereikt voor een heel oeuvre, dat bij Van Dieren zo’n 40 jaar beslaat. De jury rekent hem tot “de grootsten uit het milieuvak. Zijn staat van dienst is omvangrijk en indrukwekkend”.

Juryrapport gouden Rachel Carsonpenning 2006

De jury is gevraagd de beste kandidaat voor te dragen voor de gouden Rachel Carsonpenning. Het is de hoogste onderscheiding van de Vereniging voor Milieuprofessionals. Ontvangers van deze onderscheiding zijn “…. collega’s die onbetwist en breed worden gerekend tot de grootsten uit het milieuvak: zij die, als de naamgeefster van deze onderscheiding, door hun grensverleggende ideeën of daden betekenis hebben gehad en tot voorbeeld hebben gediend van velen”. Zestien personen waren genomineerd voor de gouden Rachel Carsonpenning en hebben die nominatie ook aanvaard. Naar het oordeel van de jury komt op grond van deze omschrijving de gouden Rachel Carsonpenning 2006 de heer Wouter van Dieren toe.

Bij haar interpretatie van van de VVM criteria heeft de jury zich in de eerste plaats laten leiden door het gegeven dat het hier een oeuvreprijs betreft. Per definitie wordt die toegekend aan iemand waarvan zijn of haar levenswerk als min of meer voltooid mag worden beschouwd. Dat gold niet voor alle kandidaten. Wél voor Van Dieren, die eerder dit jaar afscheid heeft genomen. Afscheid van de frontlijn misschien; van iemand als Van Dieren kan men zich moeilijk voorstellen dat hij ooit geheel en definitief zal terug treden.

De jury rekent Van Dieren tot de grootsten uit het milieuvak. Zijn staat van dienst is omvangrijk en indrukwekkend. Nadat hij in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn opleiding als sociaal psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam en als communicator aan de Columbia University in New York had voltooid, begon Van Dieren zijn loopbaan als wetenschapsjournalist bij televisiestations en tijdschriften. Met zijn bijdragen op milieugebied kwam hij in de frontlijn van het milieudenken te staan.

Terugziend op zijn glansrijke carrière weten we dat Van Dieren mede-grondlegger is geweest van het ontwakende milieubewustzijn. Dat in Nederland, en in de wereld. Voorbeeld van dit laatste is de activiteit waarvan we Wouter van Dieren wellicht het best kennen. Begin jaren zeventig werkte hij als publiciteitscoordinator mee aan de totstandkoming van het invloedrijke rapport van de Club van Rome: “Limits to growth”. Sinds 1990 is Wouter van Dieren actief lid van de Club van Rome. In diezelfde beginperiode van het milieubewustzijn was Wouter van Dieren binnen Nederland actief als initiatiefnemer voor oprichting van een Stichting voor de Raad voor de Milieudefensie, naar het voorbeeld van het Environmental Defense Fund, waarmee hij in de Verenigde Staten had kennisgemaakt. Uit deze Raad, die vooral bestond uit geleerden en hoge ambtenaren, is kort daarna de Vereniging voor Milieudefensie ontstaan. In dezelfde geest richtte Van Dieren in 1972 de Stichting voor Toegepaste Ecologie op, die in 1985 werd omgezet in het Amsterdamse Instituut voor Milieusysyeemanalyse, IMSA (nu IMSA Amsterdam), waarvoor hij sindsdien actief is geweest als directeur. Ook was hij in 1979 mede-oprichter van het Centrum voor Energiebesparing en schone technologie, CE, in Delft. Niet meer dan een kleine greep uit het werk van Van Dieren, dat vele nationale en internationale adviseurschappen en docentschappen heeft omvat en nog omvat. Geïnteresseerden verwijst de jury graag naar het CV van Van Dieren, dat, zoals bijna al zijn werk, gemakkelijk beschikbaar is via het internet.

Belangrijker dan een grote staat van dienst vond de jury echter de impact van het werk van de kandidaten: “…. zij die, als de naamgeefster van deze onderscheiding, door hun grensverleggende ideeën of daden betekenis hebben gehad ……”. De ideeën heeft Van Dieren hebben grenzen doen verschuiven; zijn werk is van grote betekenis gebleken.

Wouter van Dieren is een leven lang animator geweest. Een onafhankelijke denker en doener in het nationale en internationale milieuland die met zijn creatieve denkbeelden vastgeroeste standpunten loswrikte en zo grenzen verlegde. Een leven lang wist hij de onderwerpen landbouw, energie en natuurbeheer maatschappelijk en politiek te agenderen. Een van zijn belangrijkste werken is de publicatie van zijn rapport aan de Club van Rome in 1995: “Het milieu telt ook mee”, dat ook in het Engels en Duits is uitgegeven. Zijn fundamentele kritiek op het concept van economische groei als maat der dingen in het maatschappelijk handelen heeft veel bijval gevonden. Daarnaast bevocht hij de vrijhandel, die hij beschouwde als gevaarlijk: individuele hebzucht en egoïsme zijn in zijn ogen de oorzaak dat mensen elkaar naar het leven staan. Hij is een gepassioneerd bepleiter van duurzame landbouw. Met zijn kritiek op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bleef hij dicht bij het gedachtegoed van Rachel Carson. Zijn gloedvolle betogen onderbouwde hij met feiten en logica. Zijn werk dwong respect af bij politiek en bedrijfsleven. Een leven lang heeft Wouter van Dieren het milieudebat tot nadenken aangezet met zijn inspirerende toespraken, artikelen en columns, die een zeer groot publiek bereikten.

Maar de impact van het werk van Van Dieren kwam niet zozeer voort uit zijn analyses van milieuproblemen. Van veel groter belang was dat hij zijn rollen als journalist, actievoerder, adviseur, facilitator, onderzoeker, stoker/animator, politicus, goed wist af te wisselen en te combineren. Hierdoor en door zijn betrokkenheid bij zoveel uiteenlopende milieuthema’s is de maatschappelijke invloed van Wouter van Dieren groot. Hij hielp milieuvraagstukken te onderkennen en op te lossen vanuit een breed perspectief en met een integrale benadering. Door zijn contacten met en vooral door zijn gezaghebbende invloed op een verscheidenheid van actoren in milieuland wist hij belangrijke stakeholders aan één tafel te krijgen en beweging te krijgen in vastgelopen standpunten. Voor problemen zijn oplossingen gevonden die zonder hem wellicht niet of pas veel later zouden zijn gevonden.

Minstens even zwaar heeft voor de jury het criterium gewogen dat de ontvangers van de onderscheiding “…. tot voorbeeld hebben gediend van velen”. De jury is van mening dat de grootheid van Wouter van Dieren vooral hierin bestaat dat hij, in de voetsporen van Rachel Carson, door zijn persoon en werk een voorbeeld en bron van inspiratie voor velen is geweest. Voor velen was en is hij de vader van de milieubeweging in Nederland – een titel die hij graag lijkt te aanvaarden. Voor anderen zijn zijn kritisch-uitdagende opstelling en zijn ondogmatische, onafhankelijke en onmiskenbaar eigenzinnige opstelling in het milieudebat reden voor aanstoot. In haar voordracht heeft de jury Wouter van Dieren zonder schroom “een der grootsten uit het milieuvak” genoemd. De toevoeging “onbetwist” heeft zij echter met een glimlach genegeerd. Het zou het de persoon van Van Dieren onrecht doen te stellen dat hij onomstreden zou zijn. Kan men zich niet makkelijk indenken hoezeer Van Dieren zelf zou kunnen betogen dat goede ideeën worden gekenmerkt door de weerstand die ze oproepen?

Met groot respect heeft de jury Wouter van Dieren heeft voorgedragen als ontvanger van de gouden Rachel Carsonpenning 2006, als eerbetoon aan een collega die 35 jaar lang leider, inspirator en voorbeeld is geweest.

Waddengas en Waddengeld

Ten noorden van Terschelling ligt een gasveld ter grootte van ongeveer 3 miljard m3. (Ter vergelijking: die van het Slochterenveld is 3000 miljard m3.)

Het bedrijf Tulip Oil wil het veld bij Terschelling ontwikkelen.
Het management van Tulip Oil is grotendeels ex-NAM en ex-Shell en kent de constructie rond het Waddenfonds. Dat is destijds (2004) ontstaan als een “bruidsschat” van de overheid aan het Waddengebied voor gaswinning bij Lauwersoog, Paesens en Moddergat, hoewel gebleken was dat die geen schade aan de natuur toebrengt.
Omdat het Waddengebied zwaar verwaarloosd was door “beleidsverlamming” werd het fonds gesticht, in de vorm van een reservering op de meerjaren begroting van het Ministerie van VROM (nu I&M).

Ik was initiatiefnemer tot deze constructie. Waddenkenner en eilandbewoner. Mijn motivatie kwam voort uit de publicaties van Theunis Piersma, bioloog en hoogleraar in Groningen en verbonden aan IMARES op Texel. Piersma had jarenlang vergeefs de ruïneuze effecten op de Waddenbodem (en daarmee op de vogelstand) van de mossel- en kokkelvisserij aan de orde gesteld. Mijn motivatie kwam ook vanwege een rapport van Greenpeace waarin schade door gaswinning in de Waddenzee werd berekend op een waardeverlies van 50 miljard gulden (1999) op basis van een volstrekt uit de lucht gegrepen analyse. In de Tweede Kamer werd dit rapport voor wáár aangenomen. Ondertussen werd de Integrale Bodemdalingsstudie van o.a. TNO en TU Delft over de gevolgen van gaswinning genegeerd. Die studie wees uit dat deze bodemdaling in de zgn. productiekommen van de locaties Paesens en Lauwersoog nihil zou zijn, in de orde van enkele centimeters over vele jaren, en gecompenseerd zou worden door de natuurlijke dynamiek van eb en vloed en dus aanvoer van sediment.

Zo ontstond de merkwaardige toestand dat de politiek de schadelijke kokkel- en mosselvisserij een vergunning gaf en een moratorium instelde op de gaswinning.

Omdat de overheden niet durfden te bewegen verzamelde ik een team van Waddenmilieukundigen, verkreeg een mandaat en fondsen van de NAM en later ook van het ministerie van Economische Zaken. Ik nodigde de hoofdrolspelers uit om mee te werken aan een ommekeer van deze situatie. Bewindslieden, ambtenaren, NAM, natuurorganisaties. Samen met IMARES, RU Groningen, TU Delft e.a. werd een uniek ecologisch-economisch rekenmodel gemaakt. Meer dan 350 betrokkenen uit wetenschap, overheid, NGO’s en bedrijfsleven werd om input gevraagd.

Het hele pakket werd overgedragen aan een door het Kabinet ingestelde Commissie o.l.v. Wim Meijer (PvdA) met leden Loek Hermans (VVD) en Tineke Lodders (CDA). De Commissie concludeerde tot de kanteling van het beleid. De kokkelvisserij werd uitgekocht en aan de mosselvisserij werden duurzame eisen gesteld, die inmiddels deels zijn ingevuld. Aanvankelijk leidden het initiatief en deze kanteling tot groot verzet van de NGO’s, maar die situatie draaide tenslotte 180 graden. Op een onlangs door de Waddenacademie gehouden symposium werd ik de peetvader van de Waddenzee genoemd, de regisseur van deze veranderingen. (Ook de Waddenacademie is een aanbeveling van de Commissie-Meijer). In juli 2004 nam het Kabinet het advies van Wim Meijer c.s. over; in november 2004 werd het bekrachtigd door de Tweede Kamer.

Overheid en energiesector hebben van deze procesgang inmiddels veel geleerd. Bijgevolg wordt nu nagedacht over aanpassingen in de Mijnbouwwet, waarbij de constructie van het Waddenfonds en voorbeelden uit het buitenland, zoals de Gewerbesteuer in Duitsland, als leidraad dienen. Het gaat over compensatie. In Italië ontvangt een klein dorp 80 miljoen euro nu daar een groot gasveld wordt ontwikkeld.
In verwachting van deze herziene Mijnbouwwet zijn bedrijven als Tulip Oil aan het voorsorteren op een eventuele compensatie voor gaswinning bij Terschelling. Aan mij werd gevraagd of ik de ervaringen met het Waddenfonds wilde inzetten. In overleg met eilander organisaties en een ingestelde klankbordgroep van prominenten is o.a. gekeken naar de mogelijkheden van compensatie en aanvullende maatregelen voor het geval het zou komen tot gaswinning. Het eiland kampt met grote achterstanden in de infrastructuur, natuur, cultuur en zorg; de klankbordgroep kwam tot een tekort van 30-50 miljoen euro. Aan 14 lokale en regionale organisaties werd gevraagd of men zou willen meewerken aan een eventueel convenant waarin afspraken zouden worden vastgelegd over deze compensatie en aanvullende maatregelen.

Daarbij gaat het om extra eisen boven die welke in de vergunning zouden worden geregeld, en extra verplichtingen van de concessiehouder jegens het eiland. Zoals in het voorbeeld van het convenant Visie en Vertrouwen voor de Tweede Maasvlakte.

Vanaf december 2013 zijn gesprekken gevoerd. Gemeente en gemeenteraad zijn conform de voorschriften in de wet geïnformeerd.

Niemand hield rekening met de effecten van het escalerende aardbevingendossier in Groningen, waarmee op elke bestaande of mogelijke gaslocatie de bevolking de stuipen op het lijf worden gejaagd. De sociale media doen de rest. Feiten en onjuistheden, angsten en emoties, alle ingrediënten zijn aanwezig.

Kranten en omroepen doen hun duit in het zakje. Zo schrijft de Volkskrant dat er een boortoren op het duin zal komen “hoger dan de Brandaris” (54 meter). Afhankelijk van de geologie ter plaatse is een moderne boortoren 20-25 meter, zoals die onlangs stond in Werelderfgoed De Beemster. Op zee zijn die torens hoger. Trouw beweert dat het Waddenfonds wordt gevuld door bedrijven die milieuschade aan het Wad toebrengen. En houdt dat ook vol na correctie.
De Milieu-EffectRapportering komt na verlening van de winningsvergunning, omdat de wet dat eist, en pas als die is afgerond komen conclusies over wel-of-niet, op land of op zee. Met name in de MER-fase kan men formele bezwaarprocedures beginnen, waarin de eilanders zeer bedreven zijn. De minister moet beslissen op formele gronden (wel of niet voldaan aan de eisen van de wet) en op politieke zoals emoties, behoorlijk bestuur, ontheffing in het kader van Natura 2000, en eventuele precedentwerking. Gaswinning is regel in het gebied. Benoorden de eilanden staan 22 platforms, waarvan sommige direct onder de kust. Op Ameland wordt sinds 1984 gas geproduceerd. Het NAM-station staat verstopt in het duin op de oostpunt. Het grote gasveld ligt hier wel onder het eiland en heeft bodemdaling veroorzaakt over een oppervlak van 25 hectare, waardoor de duinvalleien natter zijn geworden, een verwachte positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Dat is geen universeel geldend effect, elders kan dit anders uitpakken. Er staan vergelijkbare gasbehandelingsstations in Den Helder, Harlingen, Anjum en aan de Groningse Waddenkust. Naast de vaargeul tussen Vlie en Afsluitdijk staat een productieplatform in de gedaante van een scheepsbrug.

Emotioneel horen deze industriële artefacten niet in het gebied thuis. De belevingswaarde van ongereptheid is ermee in strijd.
Zo levert de skyline van de Eemshaven voor bewoners en bezoekers van Schiermonnikoog geen prettig uitzicht. Maar het platform Westgat in de Noordzee bij Ameland lijkt niemand te storen, en de boortoren die in 1992 drie maanden op een paar honderd meter van de strandlijn op Terschelling stond werd een zondagsuitje. Een grote kerstboom in de donkere winteravond.

Daarbij komt dat het aardgas zelf inmiddels een omstreden bron geworden is. De overheden en gasbedrijven hebben 50 jaar lang de gaskraan en de gasinkomsten als een vanzelfsprekende zegen behandeld. De bodemdaling in Groningen werd als een gegeven beschouwd, waarvoor een reparatiefonds werd ingesteld, en vroege waarschuwingen (1993) over aardbevingen werden niet ter harte genomen. Dat het verdachte fracking al jarenlang in de hele wereld veilig wordt toegepast is het publiek onbekend en wordt niet uitgelegd. Dat aardgas 50% minder CO2 bevat dan aardolie dringt wel door, maar dat je juist dit gas flexibel kunt gebruiken om via efficiency op het eindgebruik en in combinatie met zon en wind grote CO2-winst te behalen valt vrijwel niet uit te leggen. En dat gebeurt dan ook niet.

En zo vrezen de eilanders de boortorens die er in 1962 en 1992 al stonden, en die misschien alleen op zee zullen staan, aardbevingen en bodemdaling ook op het land. Ondertussen valt de Waddenvereniging terug op de oude demonen door gaswinning in de Noordzee nu tot een Waddenprobleem te framen. ‘Helaas is er een Waddenfonds, wij hadden liever sowieso geen gasinstallaties’, aldus de Vereniging. Maar men put er wel gretig uit, voor bijvoorbeeld de visrivier in de Afsluitdijk.

Ook het eiland Terschelling profiteert inmiddels wel degelijk van het Waddenfonds, dat ca. 12 miljoen investeert in lokale natuur- en cultuurprojecten. Men droomt van een door het fonds te betalen eigen duurzame energievoorziening, waartoe tien jaar geleden plannen werden gemaakt om de geothermie ter plaatse uit de diepe bodem te halen. Waarvoor, o ironie, een boortoren vereist zou zijn geweest. Windmolens wil men niet, en bewoners die een zonneweide (panelen) bij hun huis willen zetten krijgen geen vergunning.

Ik heb mij nooit een voorstander van gaswinning op de Wadden betoond. Ook heb ik mij op vele plaatsen gekeerd tegen de horizonvervuiling van de overdaad aan windturbines, die door een deel van de milieubeweging worden bepleit omdat ze zo groen zouden zijn. Maar als beleid, politiek en wetgeving deze ontwikkelingen doorzetten, zorg dan dat je ook een grote bruidsschat afdwingt.

Grote milieuverbeteringen komen tot stand door feitelijkheid en waarheidsvinding, door wetten en verdragen, door technische vooruitgang en door onderhandelingen. Daarbij horen protesten en bezwaarschriften, om de druk op de ketel te houden.

Op vrijdag 13 februari werd ik telefonisch bedreigd met brandstichting. In 1971 werd ik ’s nachts van de weg gereden op de dijkweg van Kruiningen naar Yerseke, vanwege mijn activiteiten voor het openhouden van de Oosterschelde. De dijkenindustrie zag zijn grote werken bedreigd, maar verdiende uiteindelijk met de open dam 8 miljard gulden in plaats van 80 miljoen voor de afsluiting. Win-win dus voor iedereen. Zoals met het Waddenfonds. Bedreigingen zijn angstaanjagend. Maar onjuistheden zijn waarschijnlijk nog erger.

Wouter van Dieren